HRFST

Ik kijk naar de verloedering en besef
dat dit kijken een gigantisch genot op-
levert: heerlijk, de verrotting! Wat een lot
uit de seizoensloterij, tot op het bot

gebleekt gedachtengoed, vellen en veel rot
in de troostbare hagen. Een laatste mot
die het huis uit vliegt, op weg naar dood, en hop!
door de kat gevangen, terecht komt. Het lef

opent, nee, effent de weg voor, werkelijk,
wat een lawaai: van vallend blad; een begin
van psychose; een zekerheid van gelul

in de zijlijn, eeuwig verroest commentaar
verzakt in de bodem; geen hout snijdt; het ik
valt balkend uiteen zonder hoop op begin.

Published by

FR

http://nl.wikipedia.org/wiki/Maria_van_Daalen