2013

VOOR HET PROJECT KALE BOMEN van Drewes de Wit

I

Je stond als een boom in het licht. Geluidloos

zweefde een kiekendief boven mijn schaduw.

Een wit zeil ontplooide zich in de luwte,

de steven draaide weg. Iets als een windhoos

 

stond op uit het hooiland, tilde al het moois

hoger nog, warrelend, feestelijk. Te schuw

voor begroeting, vos, sloop op zijn buik door ruw

gras. Een plank lag er, met spijkers, droog en voos

 

hout. Het rook er naar honing en hoogzomer,

maar de bijen waren verdwenen. Hoe het

kierde, de schuurdeur. De vuursalamander

 

ontsnapte. Je naam, mijn mond kent geen ander,

ik weet wanneer je vader heet, een zoon bloedt,

een lichaam kruislings ligt uitgespreid, zomaar.

 

II

1.

Hij stond als een boom in het licht

 

2.

Ik vroeg naar het bericht dat de droom gaf

 

De melk kolkte quasi achteloos en opaak

in lauw water, het glas scheefgehouden

 

Er was een weg, maar de landerijen lagen smaragdgroen rondom

Vanuit de lucht gezien was het rechtstandig vatenstelsel van sloten en slootjes

tot diep in bloeiende velden vertakt en blikkerend, bijna

verblindend

 

Iemand met vleugels zweefde geluidloos boven mijn schaduw.

 

3.

Ik begreep eerst niet wat hij zei.

Hij gaf me de brandende fakkel om het beter te onthouden.

Hoe ik de spiegel ook ophing, ik bleef mijn gezicht zien.

 

Maar ik bond zijn lichaam. Ik bond en wikkelde, wikkelde

en bond, meters en meters kleurig draad, klosje na klos tolde

op de grond, vond geen

resonantie, rolde nog centimeters door

 

ik knipte het licht tot fragmenten / en de zomer

tot poederblauw

 

je kunt zijn nummer blijven bellen, ik denk dat ze zijn mobiel

verdeeld hebben, jij de berichten, ik het automatisch antwoord, allemaal deze

nummers, 1, 2, nul tot negen, altijd priem-

getallen

 

4.

Weet je waar hij woont?

in de waterpoort

bij het luchtkasteel

naast de vuurlinie

op de afgrond

 

waar het wegwaait, voor even

voor altijd raak

 

5.

Ik stond met de spons in mijn hand

en veegde het beslagen raam voorzichtig tot een uitzicht

 

er was een boom in het licht

die heel hard groeide

met bladeren die teer en roodachtig openplooiden

groen fluisterden

en geel en bruin, maar alleen als het waait

 

6.

En het muntmotje landt op de aarmunt, haar waardplant,

vleugeltjes gespreid: is dat open of juist

afwerend?

 

Zo ook het kroosmotje, wit op het vijvergroen,

een v-tje, een w-tje, een driehoekje,

bedrijvig met drijvend nageslacht.

 

nachtvlinders, dagactief

 

 

VOOR HET PROJECT SHOES OR NO SHOES

IN MIJN SCHOENEN

1

In mijn schoenen staan. Dat wordt nu zelfs voor mij

aardig problematisch. Mijn schoenen staan rood

op de bank. Nee, voor de bank. Naast de bank! Bloot,

zonder voeten erin en benen die wij

 

vooruit steken. Maar veel helpt het niet. Als lood

zakt mij de moed, ook erin en het hart, bij

al die onmacht die ruimte suggereert, vrij

zijn, keuzes te over. Ik ben als de dood.

 

Toen zelfs de thee op was. En oude pasta

van ooit, die ik al twee keer meeverhuisd had

omdat ik echt geen eten kan weggooien.

 

Waarmee zullen we het nu dan eens rooien.

Een halfje pensioen. Twee toeslagen. Eén kat

en één oude dichter. Vista la hasta,

 

2

bekijk ’t blijft onvertaalbaar. In de tuin

zijn kikkers, druiven, munt en frambozen,

bloeiende brandnetels, munt, verse rozen,

zwartebessenblad, vlierbloesem, zui-

 

niger nachtschaden, mapleblaadjes blozen,

de stam zonder suikersap verheft een kruin

boven het eetbare, majoraan dringt schuin

naar de zon, opiumpapaverdozen

 

klappen open. In de kunst wordt niet geklaagd,

men is er nooit ziek, vol gaten in gelden

en zolen, men heeft altijd, liefste, voor twee,

 

zonder delen of vergeten worden, mee

met de Muze, zij groeit glorieus helden-

dom, op twee benen, geschoeid met vleugels, draagt

 

3

zij als de vliegvlugge handelsgeest zelve

de lichtste versvoet, een kostbaar evenwicht

van ritmische lettergrepen, uit het zicht

van de lezer doorverbonden, met elven

 

tegelijk op de regel, als elk gedicht

wegwandelt in semantische gewelven

waaruit wij zoveel schone zaken delven

dat het begrip van vorm ons niet meer zo ligt.

 

Vorm is een noodzaak waar inhoud uit opwast.

Elk blad zijn hand- of hartvorm, elk dier zijn rij

pootjes, elk zijn leest, mijn stijl is, dat ik zeg.

 

Het glazen muiltje van Assepoester past

haar rechtervoet, zij droeg het linker nog, zij

danst weer. Gooi nooit je oude schoenen weg.

= = =

Cf. auteur nr. 181 # http://www.shoesornoshoes.com/?page=authors_list

project Shoes Or No Shoes