Haast Pasen. Christus is in quarantaine.
Nog twee dagen, zeggen ze, de engelen,
dan mogen ze van God het aanzwengelen
van de opstanding beginnen, in scène

gezet met rennende vrouwen, zonder gêne
slapende soldaten die straks bengelen
aan de galg, moeten ze maar niet hengelen
naar vergeving. Ja, het is even wennen,

dat christendom. Pilatus vindt ’t niks, kan
zijn handen domweg in onschuld wassen. Bar
Abbas dealt weer. Jezus zou liefst gaan vissen

maar zijn vader is nu eenmaal timmerman.
Hij slaat een kruis, nagelt vast, heft de hamer.
Naar de afloop van alles mag men gissen.

het was vandaag Gedichtendag
een enkel klein gedicht: dat mag
en dan het liefste in Perdu
was u er niet, wat sneu voor u
de dertig-dichters-marathon
is jaarlijks een knap feuilleton
met rijm of niet of wel als saus
ik las er voor en kreeg applaus
voor Jan van Hulst uit 1410
Egidius niet meer gezien
nu is de oude dichter moe
en doet het laatste boekje toe

https://www.kb.nl/dienstverlening/webwinkel/webwinkel-kb-publicaties/liefde-leven-en-devotie

https://perdu.nl/nl/r/30-30-dichtersmarathon-2020/

The Story Of The Industrious Corrector

Once upon a time, there was a corrector. She never read books. She only read sentences. She was very happy with strict logic. Literature wasn’t really her ‘thing’. But then she had to correct my text. For a book on healing, with an exposition in a museum.

I had titled my essay “Life itself is a polyrhythm / On healing”. No, no, and no, she couldn’t let that pass. She wrote in the margin: “Editors: the text doesn’t really deal with rhythm until the very last paragraph, and so it seems to be to be disconnected. Maybe rename it to…” And she proceeded to weed out all music and rhythm of my words, my style, my sentences.

After having done so, proud of her good work, she remarked: “Also, the final paragraph doesn’t really work as an epilogue”.

After which I conclusion I shook my head, poured myself a cup of coffee, decided to not try to correct her, and threw her corrections out.

(And as you might have noticed: she did indeed write two times ‘to be’…)

The End.

WAT IS VERBEELDING 7/7

https://www.flevokunst.nl/blogartikel/1508

Schrijven met Liesbeth: een week lang schreven wij elkaar (wij schrijven elkaar trouwens doorlopend). Dit is het slot, van mijn hand.

“…de hoeken van m’n werkkamer liggen vrijwel precies op de windrichtingen. Het versterkt het vreemde gevoel als ik ganzen hoor overvliegen zoals die jij hier beschrijft op 5 januari, ‘gakkend en schreeuwzingend’…, ze vliegen van noord naar zuid en terug, ‘zijn we d’r allemaal’ roept de voorste zonder om te kijken en de rest antwoordt kortaf ‘ikke wel’, ‘ikke ook’, ‘ikke…’, ‘ikke…kkkkkkk…’. 

Het klinkt als ‘akke’, geen wonder dat die ene gans zo heet, Akke, in ‘Nils Holgerssons wonderbare reis’ (1906!). Mijn moeder las het ons voor, op de rand van een van de bedden gezeten (wij kinderen sliepen twee aan twee in een jaren-vijftig-woninkje dat we heel groot vonden). Toen ik in 1973 een maand rondliftte in Finland, hippie-achtig, met een andere hippie, bleek ik zes woorden Fins te kennen, de namen van zes ganzen uit het boek, ‘Yksi, Kaksi, Kolme, Neljä, Viisi en Kuusi’, dat is tellen in het Fins, ‘één, twee, drie, vier, vijf en zes’. Ik kan het nog altijd gedachteloos opzeggen.

Elke schrijfplek en elk atelier is diezelfde magische plek op de windrichtingen, op het kruispunt van noord, zuid, west, oost, waar we maken en bouwen, vormgeven en leven scheppen, niet uit het niets, creatio ex nihilo, maar wel uit de chaos. Hier vlakbij is ‘vindplaats Zenit’ met sporen van prehistorische bewoning van tienduizend jaar terug en archeologische vondsten. Ik doe niets nieuws, het was er altijd al. Die vleugels…

…van Pegasus, de vleugels van ganzen, de vleugels van zwanen. Of die van de roodborst…”