vodou

Ogou bears a thousand wounds,
Ogou of the drums,
Ogou of the dancing machetes.
Ogou heals a thousand wounds,
Ogou of the scars.

He cuts the straight path through the sugar cane.
He chops the image and the memory.
Ogou forges the iron knife for the birth,
so that the child comes,
even if the mother bleeds.

Papa Ogou opens up the body.
Papa Ogou knows the rhythm of blood,
of the heart.

The twelve tones strike upon the anvil
accompanied by sparks and voices.
The fiery glow lies round his neck like a mouswa.
No-one holds a hammer as my Papa does.

I put military insignia ready for him
and the blue and red of the soldiers.
His machete slices through the smoke.
The blade is cool upon my hand.

Papa Ogou lays his forehead against mine
and nothing in the world can stop me now

*Transl. Kevin Cook. Publ. in: Roots & More // The Journey of The Spirits, (Afrika Museum 2009), catalogus, p. 180 (ISBN 978-90-71611-18-6)

VODOU FANMI

In vodou moet je je ‘bloedlijn’ kunnen noemen, dus door wie je bent gewijd en door wie die ‘papa’ en ‘mama’ zijn gewijd. Hier komt mijn bloedlijn; het is een asson-bloedlijn, dwz. in dit vodou-huis krijg je de asson, dat is de gewijde kalebas met kralen eromheen. De asson wordt steeds gegeven door de loa of de engelen/mysteriën, dus niet door de inwijders. Er zijn ook vodou-wijdingen en vodou-bloedlijnen zonder asson (met een tcha-tcha, een andersoortig ritme-instrument). Behalve een vader en moeder in vodou, heb ik een peetvader en een peetmoeder, en natuurlijk broers en zussen, dat zijn de kandidaten die gelijk met mij zijn gewijd. Een vodou-huis is een fanmi, een familie. Een inwijding heet een kanzo (‘vuurproef’).

Ik ging in augustus 2007 naar Haïti met manbo Marie Carmel naar de peristil of tempel van manbo Fifi, Sosyete Sipote Ki Di in Port-au-Prince, voor de kanzo of vodou-inwijding. Deze peristil vlakbij kalfou (kruispunt) en nabij presidentieel paleis en kerkhof, komt voor in diverse boeken over vodou. Tijdens de kanzo kreeg ik de asson van Papa Loko, en ik ben sindsdien manbo asogwe, met een nieuwe naam (de zgn. nom vayan), Fouye Racine Bon Manbo Da Ginen. De betekenis van fouye racine is ongeveer ‘[de manbo] die naar de essentie zoekt’. ‘Manbo’ is een woord uit het Haïtiaans Kreyol, een van de twee talen van Haïti (de andere is Frans). Een priester is een houngan, een priesteres een manbo. Asogwe is de hoogste van de drie graden in Haïtiaanse vodou, dwz. 1e gr. De andere graden zijn hounsi kanzo (3e gr.) en houngan/manbo sou pwen (2e gr.) Er bestaat ook een basis-inwijding, de lave-tèt. Deze inwijding kan ook elders dan op Haïti worden gegeven en veel buitenlanders kiezen daar elk jaar voor zodat ze niet naar Haïti hoeven te reizen. Er is een verschil in ‘effect’ tussen de lave-tèt en de drie graden van de kanzo.

Mijn vader in vodou is houngan Hector, een bekende vodoupriester; zijn website is http://www.ezilikonnen.com. Houngan Hector deed zelf kanzo bij manbo Marie Carmel, ook mijn mama in vodou. Manbo Marie Carmel deed kanzo bij manbo Jacqueline Anne-Marie Lubin, die zelf weer een dertigtal jaren eerder de asson ontving bij Felicia Louis-Romain, de beroemde Kintonmin-Bon Manbo Da Ginea van Bel-Air, een van de eerste manbo’s die in de asson-bloedlijn werd opgenomen in Port-au-Prince, Haïti, in de vroege jaren twintig van de twintigste eeuw.

Ik behoor tot het vodou-huis van mijn mama kanzo, de Société La Fraicheur Belle Fleur Guinea, en tot de familie van mijn papa kanzo, de Sosyete Gade Nou Leve. Mijn peetmoeder of marin is maman Enide en mijn peetvader of parin is papa Doudou, beiden van de peristil van manbo Fifi. (‘Papa’ en ‘mama’ zijn beleefheidsaanspreekvormen.) Mijn eigen vodou-huis is de Sosyete Larkansyel Ginen, dat betekent ‘congregatie de regenboog van het paradijs’. ‘Larkansyel = l’arc-en-ciel = de regenboog. ‘Ginen’ is het mythische land onder de zeespiegel waar de loa verblijven. De naam verwijst naar het land Guinea in West-Afrika en dat houdt weer verband met de slaventijd. Een Sosyete is een groep mensen die een congregatie vormen; het eigenlijke bouwwerk van een tempel heet een peristil. Die is er [nog] niet in Nederland; voorlopig is hier alleen de badji of altaarkamer in mijn huis.

Een interessante inleiding wb. vodou is het onderstaande essay, geschreven nav. het Michael-Jackson-proces en gepubliceerd in TROUW, 16 april 2005.  Eerst volgen de drie ‘inzetjes’ en eronder het essay.
<inzet 1>
VODOU ALS RELIGIE
Vodou is een godsdienst uit de slaventijd, één van een groep van ca. vijftien onderling verwante religies. Ze zijn ontstaan op en rond de plantage’s van Noord- en Zuidamerika, tussen de 16e en de 19e eeuw, uit een (gedwongen) samengaan van godsdiensten uit Westafrika, met een aantal elementen uit het christendom, in een proces van vermenging of creolisation. Naast Vodou bestaan bijvoorbeeld ook Winti, Candomblé, Obeah en Santeria (van resp. Suriname, Brazilië, Jamaica en Cuba). Alles bijeen gaat het om miljarden aanhangers. De werkelijkheidsbeleving van deze godsdiensten maakt een integraal deel uit van de cultuur van de ‘zwarte’ Amerika’s. Vodou is een belangrijke godsdienst op Haïti (met een variant ervan in Dominicaanse Republiek, de andere kant van het eiland). Haïti is al 200 jaar de enige vrije republiek van zwarte slaven. Een vrijheidsoorlog met Napoleon hebben ze gewonnen in 1804.

De Noordamerikaanse variant van Vodou is eeuwenlang aangeduid als voodoo, en de New Orleans-variant als hoodoo, meer de magische praktijken dan de theologie – maar sinds de Hollywoodfilms over het onderwerp worden die termen liefst omzeild.

Met Vodou leven betekent: de wereld ervaren als een magisch universum. Een Vodou-god of ‘loa’, ook wel gespeld ‘lwa’, en uitgesproken als het Franse “loi”, ‘wet’, ‘recht’, is een entiteit in Vodou, en heeft meer de status van een heilige of een engel (zonder de bijgehorende kuisheid), dan van wat wij onder ‘god’ verstaan. Je dient ze door ze iets te geven, en dan wat terug te vragen. Een keurige handelsovereenkomst: ik doe wat voor jou, jij doet wat voor mij. Dat terugvragen gaat gewoon in het hier-en-nu. Hemel en hel spelen geen rol in Vodou. Er is wel een hierna en een hiervoor, want ieder mens heeft twee zielen, de ti-bon-ange en de gros-bon-ange, de ‘kleine engel’ en de ‘grote engel’ (resp. iemands morele bewustzijn, en iemands dubbel of schaduw) en die zielen komen van elders, en gaan na afloop van het leven huns weegs.

Er zijn honderden loa’s, maar ze behoren tot een klein aantal ‘nanchons’, naties, van wie  (1) Rada en (2) Petro, de bekendste zijn. De Gédé’s vormen een aparte groep naast de ‘nanchons’, omdat ze merendeels geesten van overledenen zijn. Elke ‘nanchon’ heeft een eigen kleurcode, en daarbinnen kan een loa weer een beetje afwijken. Maar Rada is in elk geval blauw, en Petro is rood. Gédé is zwart en purper. Wit komt meestal voor bij Rada, maar heeft ook nog een paar andere connotaties. Rada is ‘cool’, Petro is ‘hot’, en Gédé is lollig. Rada-loa zijn aardig, met de Petro-soort is het oppassen, en Gédé, tsja, die zijn onvoorspelbaar. De Rada-loa van de liefde is Erzulie Fredda, haar kleuren zijn alle pastels, maar vooral blauw en wit, ze houdt van taartjes, met blauw-en-witte suikerversiering, en van Floridawater als parfum, van roze rozen en van mooie kleren en juwelen. De Petro-loa van macht en hard werken is Ogoun (spr.uit ‘ogoen’), zijn kleur is rood, hij houdt van vlees en van bruine rum en van sigaren, en van ijzer en van messen. Als je een probleem hebt met de liefde, kun je Erzulie Fredda iets vragen, als je haar tenminste eerst iets gegeven hebt, want ze is behoorlijk veeleisend. En als je een nieuwe baan zoekt, is het handig om Ogoun in te schakelen.

In Vodou bestaat een duidelijke kleurenafspraak, en ook een afspraak voor de weekdagen. Maandag is voor de voorouders (dat is nog een aparte groep waaruit soms weer nieuwe loa’s voortkomen). Dinsdag is voor Erzulie Dantor, de ‘moedergodin’, kleur donkerblauw. Woensdag is voor Ogoun, kleuren rood en goud. En veel militaire versierselen! Donderdag is voor Dambala, de loa van de gerechtigheid, wiens kleuren  wit en zilver zijn. Vrijdag is Azaka, de loa die zelf boer is. Zaterdag? Voor allemaal, en vooral voor Papa Legba, die een soort Sint Petrus is, en de deur opent tussen deze wereld en die van de goden. Kortom, het pantheon lijkt sprekend op dat van de oude Vikingen, of van de klassieke wereld. Vrij ‘vertaald’ zou het er zo uit kunnen zien: op maandag de Lares van het huisaltaar, de voorouders dus, op dinsdag Juno, op woensdag Mars, op donderdag Jupiter, op vrijdag Venus en op zaterdag Mercurius (in werkelijkheid was het bij de Romeinen iets anders). Of denk aan de goden van de oude Germanen, waar we de namen van sommige weekdagen aan te danken hebben, dus Wodan, Donar, Freya.

<inzet 2>
CULTURELE TWEETALIGHEID
Naast de ‘gewone’ Noordamerikaanse cultuur is de Afrikaans-Amerikaanse cultuur  een soort tweede taal, die iemand een groot voordeel meegeeft, je wordt er bijvoorbeeld zeer sociaal wendbaar van. Zie de bijzondere studie “The Signifying Monkey” (Oxford Univ Press 1988), van Henry Louis Gates Jr. over culturele tweetaligheid en taal. En lees de romans en de poëzie van Ishmael Reed, die er in elk boek blijk van geeft, en die voodoo gebruikt als een literair concept, iets wat ook sterk aanwezig is in het werk van een aantal Haïtiaanse auteurs, om. in dat van René Depestre, zie diens “Hadriana dans tous mes rêves” (Gallimard 1988), en bij Braziliaanse auteurs, om. Jorge Amado. De ‘zwarte’ muziek, jazz, soul hiphop,  is ervan doordrenkt, en Michael Jackson maakte de clip “They don’t care about us” met de Braziliaanse band “Olodum”, genoemd naar een Yoruba/Westafrikaanse en Candomblé/Braziliaanse ‘orisha’ (equivalent van een loa) Olodumaré.

Een aspect van de Afrikaans-Amerikaanse cultuur is de obsessie met een gepostuleerd Egyptisch verleden, zie Martin Bernals “Black Athena”, delen I, II, etc. (Rutgers Univ Press 1987 vv). Je vindt dit bij MJ terug in verschillende clips, om. in “Liberian Girl” en “Remember The Time”.

<inzet 3>
Het magisch universum van Vodou verschilt weinig van dat van de ‘gewone’ roomskatholieke beleving. Pieter Swinkels [NB: In 2005 werkzaam bij mijn uitgever Querido] schrijft mij inzake Vodou: “Wat een rijkdom aan andere werelden en wat mooi (troostend?) te zien dat we, ondanks ons huidige vooruitgangsdenken, nog steeds innig verbonden zijn met de werkelijkheid van bijvoorbeeld de Germaanse cultuur. Ik moest aan mijn moeder denken. Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin, elke week naar de kerk en zo, maar daarnaast leefde vooral mijn moeder in een wereld van patroonheiligen. Als je iets kwijt was, goed weer wenste, een examen wilde halen, dan wist mijn moeder precies wie we erbij moesten halen. We hadden zelfs verschillende beeldjes om een kaarsje bij aan te steken. Oma, maar ook ooms en tantes hadden een speciale band met een heilige omdat die ooit iets voor ze had gedaan. Ze spraken over zo’n heilige als een soort goede vriend, een mentor – heel praktisch, heel dagelijks. Mijn moeder heet Maria en ze onderhoudt bijvoorbeeld op een bepaald niveau een soort dialoog met haar naamgenoot.”

Zo is het precies – en zelfs mijn gereformeerde vader had iets speciaals met Maria, én met de ‘voorouders’: hij noemde de verzameling fotootjes van overleden familieleden, in zilveren lijstjes uitgestald op een vaste plek in de boekenkast, steevast “het familiealtaar”. De verse bloemen die er altijd bij geplaatst werden, zouden door een “vaudouisant” als offers worden herkend.

VODOU en THE KING OF POP <dagblad TROUW, 16 april 2005>
Ik houd niet van Michael Jackson. Ik houd niet van z’n muziek, niet van z’n danspasjes, niet van z’n griezelige gedrag, en al helemaal niet van dat gezanik met ombouwen – trouwens zal hij er zelf ook wel eens moe van zijn, want dat gezicht lijkt natuurlijk nergens meer naar. Hoewel…

En daar begint het. Dat gezicht lijkt namelijk wel degelijk ergens op. Op een doodshoofd. Dat is niet alleen mijn mening, maar ook die van nogalwat commentatoren, uit Amerika, of van elders in de wereld, en op internet, cf. bijvoorbeeld de vrolijke opeenvolging van steeds engere Michael-Jackson-foto’s op http://anomalies-unlimited.com/Jackson.html.

Is dat belangrijk? Eh. Tsja. Niet als Michael Jackson een diepgelovige blanke protestant zou zijn, of een aanhanger van het shintoïsme, of een chassidische jood – tenminste zou ik dan niet gauw op de gedachte gekomen zijn, dat er een hele andere verklaring mogelijk is, dan die van een stel verkeerde chirurgische ingrepen. Nee, The King Of Pop is zwart, of beter, wàs zwart. En hij heeft meer dan genoeg geld om een goede chirurgische ingreep te betalen, of om tenminste enige verbeteringen te laten uitvoeren, zodat hij er weer als een mens gaat uitzien. Waarom doet hij dat dan niet?

Wil hij er soms expres uitzien als een wandelend skelet? Misschien niet. Misschien is hij echt een klein, zielig jongetje dat terugverlangt naar zijn nooit bestaan hebbende kindertijd, zoals hij zo tranentrekkend zingt in “Childhood”: “Before you judge me / Try hard to love me”, bijna profetisch, zou je zeggen, en “It’s my fate to compensate / For the childhood / I’ve never known”. Maar ik geloof er niks van. Het is te gelikt. Wacko is Jacko inmiddels vast wel, met zoveel geld en aandacht zou je het ook worden, maar tegelijk is elke voorstelling zo georchestreerd, dat ik zelfs dat beroerde circusproces (en het vorige en het voor-vorige) ervoor aanzie dat het bedacht is en wordt geregisseerd. Voer voor de media. Hij zal wel weer worden vrijgesproken en dat heeft dan een hoop gratis publiciteit opgeleverd.

Intussen zit ik uren op internet het hele proces door te lezen. Niet omdat het me interesseert wat hij precies heeft uitgehaald. Onschuldig zal hij niet wezen, en kennelijk is er in het Amerikaanse rechtssysteem toch wel zoveel irritatie dat iemand aan die kant hem graag eens achter de tralies wil zien verdwijnen. Er is vrij duidelijk sprake van geknoei met kleine kinderen, en het een Peter-Pan-syndroom noemen omdat zijn ‘lustoord’ Neverland heet, maakt het niet minder vies. Maar het met wie, wanneer, en hoe diep, interesseert mij niet. Ik wil graag weten wat hij aanheeft. Vooral, welke kleur op welke dag.

In de afgelopen dagen zag ik zo’n duizend foto’s van dat proces. Lastig is, dat er ook binnen Noordamerika tijdzone’s zijn, zodat het een klus is om erachter te komen wanneer een foto gemaakt is. Levert het iets op? Jawel. Ik heb de stellige indruk dat The King Of Pop al lang doelbewust bouwt aan een bepaald imago, en dat hij dat tijdens het proces gewoon volhoudt. Hij draagt een soort uniform van eigen ontwerp, met zelfbedachte medailles en versierselen, altijd met een band om de rechterbovenarm, in wisselende kleuren, en vrijwel steeds, om zijn middel, een reeks zware zilveren ‘bedeltjes’ aan een zilveren keten. Bedeltjes. Charms, dat zijn eigenlijk tovermiddelen. De best zichtbare, voorop, is steeds een lange sleutel – zowel een erotische toespeling als een verwijzing naar het openen van de deuren van de (of een) andere wereld.

MJ’s keuze van kleding, de kleuren van die kleding, zijn rare pedofiele voorkeuren voor kleine jongetjes, en die doodswitte schedel: een vreemde opsomming van zaken, waar wij vanuit de blanke Europees- en/of Noordamerikaans-westerse samenleving geen samenhang in zien. Maar als ik naar hem en naar zijn gedrag kijk vanuit een andere werkelijkheidsopvatting, kan ik ook een andere puzzel leggen. Michael Jackson is bezig te veranderen in het evenbeeld van een doodsgod. Volgens sommige ingewijden heeft MJ ook geen neuspuntje meer, dat neusje is een prothese, zodat zijn gezicht er binnenshuis werkelijk schijnt uit te zien als een doodshoofd, met een gapend gat in het midden.

De doodsgod die ik bedoel, is niet één god, maar een uit een verzameling met de naam Gédé. De Gédé is een gezellige familie goden-van-het-kerkhof. Ze doen in dood, in scabreuze grappen en in fabelachtige rijkdom, ze zijn koning in hun eigen ondergrondse rijk, en dol op kleine kinderen. Ze misdragen zich op een hoogst kinderlijke manier, ze mogen graag de practical joker uithangen, ze doen lekker dansjes met van die rollende heupen waarbij ze zich graag in het kruis graaien, en ze zingen met hoge, nasale stemmetjes. Het hele Michael-Jackson-repertoire komt zo uit een voorstelling die al zo’n vierhonderd jaar oud is, en net zulke vaste dramatische figuren kent als de Commedia dell’Arte: uit de godsdienst Vodou, bij vergissing ook weleens voodoo of hoodoo genoemd.

Vodou is onderdeel van de cultuur van de African-Americans. MJ is in en met deze dubbele cultuur opgegroeid, ongeacht of hij er bewust gebruik van maakt – maar uit zijn clips blijkt, dat hij er steeds meer mee werkt. Maar MJ was toch Jehova Getuige? Kan best. Vodou wordt door de aanhangers ervan niet beschouwd als een geloof, maar als doen, handelen. Een ritueel. Daarom wordt Vodou moeiteloos gecombineerd met wat wij een godsdienst noemen, bijvoorbeeld met Rooms-katholicisme. ‘Haïti is 80% Roomskatholiek en 100% Vodou,’ is de standaardgrap. Je bent op zaterdagavond in een “cérémonie vaudou”, maar je gaat wel de volgende ochtend naar de mis. Je gelooft in God, maar je dient de loa.

Maar hoe weet je nu of de Vodou-god je gehoord heeft, als je wat vraagt, en of je wel wat terugkrijgt? Dat merk je bij een Vodou-‘seremoni’ (ik hanteer hier de Creoolse spelling). In een ritueel dat makkelijk een hele nacht kan duren, en dat eruit ziet als een familiefeestje, met veel lekker eten en een mooi versierde kamer, komen de loa’s allemaal even gezellig op bezoek. Ongeveer acht tot tien loa’s maken hun opwachting, terwijl de aanwezigen voor hen zingen en dansen. Voor het bezoek maakt elke loa een half uurtje gebruik van het lichaam van iemand die in trance raakt, meestal de priester of priesteres in wiens/wier huis het is. Zo iemand is alle besef van tijd kwijt tijdens die ‘bezetenheid’ en weet nadien niet wat er gebeurd is. Het is erg vermoeiend, en vereist jaren training.

Bezetenheid is een raar woord. Het klinkt alsof iemand uitzinnig doet. Dat is niet het geval. Net zo min als Michael Jackson tijdens zo’n concert met duizenden gillende fans bezig is spontaan een dansje te bedenken. Het is allemaal al helemaal klaar,  het is een choreografie, en een Vodou-ritueel is niet veel anders, want elke loa  manifesteert zich met helemaal haar of zijn eigen gedrag, eigen dans, eigen kenmerken. Bij de begroeting vergissen de “vaudouisants” zich niet in de namen van de loa. Als de goden gewoon door de deur waren binnengekomen, was het niet anders geweest.

In feite wordt het lichaam van de priesteres een soort deur. Je kunt elke loa die binnenkomt, gewoon vragen stellen, en dan krijg je antwoord. En als je een maand later op een hele andere plek een seremoni bijwoont, kan het gebeuren, dat je je gesprek met een loa gewoon voortzet waar je was gebleven, terwijl de priesteres die in trance is, een hele andere is, en zij zelfs geen idee kan hebben wat je eerder besproken had.

De idee van lokatie wordt zo een hele andere. En dat geldt voor meer dingen. Een kleur is een soort deur, dus als ik Ogouns hulp nodig heb, ga ik geen blauw dragen, maar rood. Een altaar is een soort contactpunt of doorgang. En een graf, ook een heel kerkhof, is een deur. Het is de toegang tot de onderwereld en tot de voorouders. Op het kerkhof kan ik direct een verbinding leggen met de andere kant, goed vergelijkbaar met het inloggen op een website, of gewoon met opbellen. Als ik advies van mijn dode opa nodig heb, kan ik het beste een cadeautje in de vorm van eten of drank op het kerkhof achterlaten. Ergens achter een boom kieperen kan ook, maar op het kerkhof kun je de doden sneller bereiken. In de “Ilias” van Homerus komt een scene voor waarin de blinde ziener Teiresias een gat laat graven in de grond, een dier laat slachten, het bloed in het gat laat lopen, en dan van de geesten die toestromen, enkelen aanwijst die mogen drinken, zodat hij ze daarna kan ondervragen. Dat is precies hetzelfde.

Ik ben al een groot aantal jaren bezig mij die andere cultuur, die van al deze loa’s en kleurcodes, dansen, drumritmes, speciaal eten en liederen, eigen te maken. Dat betekent dat ik de wereld vanuit een hele andere visie ga zien. Pieter Swinkels, mijn prozaredacteur bij Querido, stelde mij in een gesprek over het groeiende Vodou-boek de vraag, ‘of ik mij dan weer kan losmaken van die andere visie?’. Gek, daar had ik nooit over nagedacht. Maar zoals je zwemmen, of lezen, of fietsen, niet echt meer kunt ont-leren, kan deze bril niet meer helemaal af, al kan ik hem wel af en toe op mijn voorhoofd schuiven. En bijvoorbeeld urenlang een boeiend gesprek hebben met de chef Begraafplaatsen van de gemeente Groningen, op het Selwerderkerkhof, over wat je wel en niet mag achterlaten op een Nederlands kerkhof!

Op het kerkhof vind je de grote familie van de Gédé’s, onder leiding van Baron Samedi, ‘baron zaterdag’, een soort Saturnusfiguur, maar dan in pandjesjas, met hoge hoed, sigaar en liefst twee of drie zonnebrillen, meestal met één glas eruit. Net als Odin die zijn ene oog achterliet in de bron Mimir, kan de Baron tegelijk in deze wereld kijken en in die van de gestorvenen. Hij wordt in Vodou met groot ontzag bejegend, want hij heeft enorm veel macht, een hele onderwereld vol. En een enorm libido. Een altaar voor hem ziet eruit als een kruis, liefst met een hoge hoed en een zwarte of purperen sjaal, zwarte kaarsen, en een schedel.

Als tijdens een Vodou-seremoni een Gédé zijn opwachting komt maken, is dat altijd onverwachts. Hij is niet uitgenodigd, hij komt de boel een beetje in de war schoppen, en wordt altijd met veel gelach begroet. Sexy dansjes, grappen over neuken, pesterige opmerkingen tegen de jonge vrouwen, die hem even vrolijk weer terugjagen, want dat is onderdeel van het spel. Een Vodou-nacht is een nacht lang theater, met vaste onderdelen, in een vaste volgorde, en met stereotiep gedrag van elke volgende loa. Een seremoni is vergelijkbaar met het klassieke Dionysos-ritueel, waarmee onze Europese theatertraditie begint, ca. 2500 jaar geleden. De laatste studie op dit gebied is “Vodou, A Sacred Theatre / The African Heritage in Haiti” (Educa Vison Inc. 2003) van de Haïtiaanse mw. dr. Marie-José Alcide Saint-Lot. En is het iemand weleens opgevallen dat Michael Jackson in “You are not alone” zijn tweede-ik-als-engel niet in een hemel maar in een klassieke tempel laat verwijlen? (denk ook aan de tweede Vodou-ziel, de “gros-bon-ange”, zie inzet) Er is trouwens ook een loa Ogoun Wa Dezanj, oftewel “Ogoun Roi des Anges”, Koning der Engelen, en MJ ‘flirt’ ook regelmatig met Ogoun, via al dat militaire vertoon in clips.

Een videoclip als “Thriller”, die hij vooraf liet gaan door de waarschuwing “that this film in no way endorses a belief in the occult”, is een mooi spel met het voodoo/hoodoo-cultuurgoed. We zien Michael in een weerwolf veranderen, die een vriendinnetje in pastelkleurige kleertjes achterna zit. Dat blijkt een film, en nu zit hij in de bioscoop ernaar te kijken, met een vriendinnetje dat het te eng vindt, en eruit loopt. Buiten komen al snel zombies uit de grond, en Michael verandert ook in een zombie, en doet een vrolijk dansje, om dan het vriendinnetje achterna te zitten, nu tot in huis, maar hupla, het was allemaal een droom – of niet? En hij kijkt vlug achterom de camera in, ineens nog heel eventjes met enge gele weerwolf-oogjes, bij de aftiteling. Wel een grappig filmpje, of…? MJ is in alle rollen in het rood of rood met goud, en de vriendinnetjes in (overwegend) pasteltinten. Dat is niet alleen maar rood=gevaarlijk en pastel=lief. Pastel is de kleur van de liefde (zie boven, bij Erzulie Fredda), en rood is de kleur van de “loupgarou”, de weerwolf, die in Vodou een geheel eigen bedreiging vormt, en tot de gevaarlijkste magische kant ervan behoort. Een weerwolf heeft enorme macht, in Vodou. En vreet mensen (zie ook de tekst van “Blood On The Dance Floor”). Dat The King ‘echt’ een zombie wordt, kan met die kleurcode nooit waar zijn, maar dat hij misschien een weerwolf is, kan wel — zodat de onschadelijkheid van de ‘grap’ van het laatste shot (nep-weerwolf) door het rood weer teniet gedaan wordt, en er wel degelijk iets te griezelen valt.

Michaels kleurcode in het proces, is meestal rood (met zwart, soms ook met wit) op maandag. Dat klopt met de kleuren van Papa Legba, wegbereider, net als de zilveren sleutel. Zijn keuze voor blauw is opvallend vaak op een dag van een Rada-loa, voor rood op de dag van een Petro-loa. Eenmaal was hij helemaal in het wit, aan het begin. De Gédé die het graf opent, en daarmee een magiër een hoop macht kan geven, is een jongeman in het wit. In de clip “Smooth Criminal” zie je hem in die rol: MJ is in een scherpgesneden wit pak, met een purperen band om de arm (was dat de eerste keer? 1993) en een purperen overhemd. Hij opent een deur in een buitenmuur naar binnen toe, en er komt zoveel onverwachts licht uit alsof het een godsopenbaring betreft. Dan stapt hij een speak-easy binnen, een verborgen (kelder)bar, en gaat daar, al dansend, in snel tempo de zaken regelen – de man met macht.

Maar als je op de Gédé wil lijken, vanwege de macht van leven en dood, en de rijkdom van de aarde, en de seksualiteit die zij bezitten, zouden die best eens een grap met je kunnen uithalen. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat je hoofd steeds meer op een schedel gaat lijken. Jaarlijks is er één belangrijk ritueel voor de Gédé, dat is met Allerheiligen en Allerzielen. Wie door een Gédé in trance raakt, maakt zijn gezicht wit, stopt watten in neusholten en oren, zoals bij een lijk, danst uitzinnig en scabreus, liefst nog met een wandelstok, en zingt erbij met een hoge nasale stem. Als dan je voeten en ledematen ook nog zo los zitten als bij MJ, is de illusie (of: de andere werkelijkheid?) compleet.

naschrift
Er is ooit één publikatie verschenen over een mogelijk verband tussen Michael Jackson en ‘voodoo’, in Vanity Fair (april 2003), maar dat is zo’n onzinnig stukje, dat het daarmee dat verband weer teniet doet. Er wordt in vermeld, dat er 42 koeien  gedood werden in een zogenaamd voodoo-ritueel, om een vloek te kunnen uitspreken — een werkelijk belachelijk aantal, één is ruim genoeg voor een offer, en dan geen koe maar een os, en bovendien, je doodt geen koeien voor een vervloeking, dan offer je een zwart varken!  Het ritueel zou gedaan zijn door een “voodoo chief” met de naam Baba, in Mali. Bedoeld zal wel zijn een ‘babalawo’, dat is de term voor een priester met een bepaalde wijding. Maar Vodu of Vodun (in Westafrika iets anders gespeld) komt als zodanig niet voor in Mali; het is wel staatsgodsdienst in Benin. Intussen is  de verbinding ‘MJ = voodoo’ wèl gemaakt, en ook nimmer ontkend.

Er is iets vreemds met al de publiciteit die MJ aankleeft: het is een the boy who cried wolf – situatie, er wordt telkens enorm misbaar gemaakt over iets dat duidelijk idioot is, zodat het tenslotte de oorspronkelijke verdachtmaking belachelijk maakt, en die verworpen wordt. Bijvoorbeeld zoals die getuigen in het proces, die zich eerst wel en dan weer niet iets herinneren dat belastend is. Of hoe in “Thriller” de dreiging er ogenschijnlijk te dik bovenop ligt.

Het rechtssysteem verwerpt keer op keer de onnozele aanklachten, een blanke die zijn clips ziet, haalt de schouders op – maar gezien vanuit die andere cultuur, blijft er een vreemd en gevaarlijk residu achter. Misschien is dat wel de werkelijke boodschap: pas op voor mij. (Zie ook het herhaalde “dangerous” in de clip “Brace Yourself”, telkens als MJ in beeld is). En als je uit die andere cultuur afkomstig bent, en je kunt het ‘decoderen’, kun je je vermaken met de gedachte dat anderen (blanken?) er niks van begrijpen.