Mijn verzoek: zou de gemeente Almere een dichter willen betrekken bij de eenzame uitvaarten, eea. te organiseren via de richtlijnen van de Stichting Eenzame Uitvaart, zoals dat ook gebeurt in de steden Amsterdam, Den Haag, Groningen, Utrecht, Zutphen, en in België, Antwerpen? Via deze stichting wordt geregeld dat er bij de begrafenis (op kosten van een gemeente) van iemand die onbekend is, een speciaal gedicht wordt gemaakt en wordt voorgelezen, voor deze eenzame, overleden mens: “Dichters schrijven voor iedere eenzame uitvaart een gedicht en lezen dat bij de uitvaart voor.” Zie ook http://www.eenzameuitvaart.nl/de-stichting/
NB: Burgemeester Femke Halsema is Beschermvrouwe van deze stichting.
Ik heb dit eerder, in 2008, voorgelegd aan de gemeenteraad van Almere, toen mw. Annemarie Jorritsma burgemeester was, met hulp en advies van dichter Frank Starik en in samenwerking met de fractie van GroenLinks, die het voorstel indiende via Aziz L. Adahchour. Het voorstel werd helaas afgestemd door de raad.
links…
Op 26 september 2023 heb ik hier in Almere voorgelezen tijdens de ‘ILFU 1000Dichters-marathon’:
https://www.youtube.com/watch?v=yJFvuZZ8bbc
https://www.youtube.com/watch?v=BeEJVPifBwg
https://www.youtube.com/watch?v=OEOUx8DO3mE
https://www.youtube.com/watch?v=NHQHZdNgOpA
Op twee huizen hier in Almere staat sinds 2009 een gedicht van mij:
https://www.flevolanderfgoed.nl/home/kunst/zuidelijk-flevoland/almere/gedicht-thuis.html
https://www.flevolanderfgoed.nl/home/kunst/zuidelijk-flevoland/almere/gedicht-almere.html
In 2014 werd ik gevraagd om een vodou-performance te geven bij de opening van een tentoonstelling in de Amstelkerk:
http://salon1amsterdam.blogspot.com/2014/07/salonbig-bang-maria-van-daalen-at.html
Papa Legba (Vye Legba)
In de buurtsuup was het niet druk, op zondagmiddag om een uur of vier. Met een rood buurtsuupmandje aan de arm slenterde ik sloom van schap naar schap, keek eens naar de aanbiedingen en naar de kerstuitstalling, en viste af en toe wat uit een koelvak dat me smakelijk leek.
Op zeker moment stond ik stil om naar de onderste laag van een schap met etenswaren te turen, want ik kon niet goed lezen wat er bij stond. Ineens verscheen er een klein handje in beeld. Met een soort briefje. Ik keek verbaasd opzij.
Lager dan m’n ouwe knie hield een klein handje een geel stukje papier omhoog. Aan het handje zat een kindje vast van zo’n anderhalf jaar. Het kindje was gewikkeld in een dik gewatteerd jasje, waardoor het kindje ongeveer even breed als lang was.
Ik keek naar het kindje. Het kindje keek terug, met ernstige blik. Het hield het gele papiertje dwingend voor mijn, inmiddels diep omlaag gebogen, neus.
Aan de andere kant van het kindje verscheen nu een moeder, met kinderwagen, die ‘Kom hier!’ riep. Het kindje reageerde daar niet op. Het hield mij het gele papiertje voor alsof het een prijsuitreiking betrof.
Dat was het ook. Ernstig accepteerde ik het papiertje. Ik bedankte het kindje. Ik raakte met mijn vinger voorzichtig het inmiddels weer in het knuistje geknepen vingertje van het nog altijd plechtig kijkende kindje aan. Ik keek het kindje aan, bedankte het voor het cadeautje en wenste het een zalig Kerstfeest.
De moeder, en ernaast zo te zien, de tante, voelden zich opgelaten, en probeerden zich voor het voorval te verontschuldigen. ‘Dat heeft ze net van de grond opgepakt!’
Ik zei kalm: ‘Met Kerstmis is het goed om iemand anders iets te geven.’ De moeder en de tante schoten opgelucht op de lach. Het kindje bleef net zo ernstig kijken als ik, en wendde zich naar de mama. De mama en de tante hielden het kindje bij zich en wandelden verder.
Ik keek eens naar het gele papiertje. Het leek te zijn afgescheurd van een of andere grote doos. Er stond een tekeningetje op dat uitlegde hoe je een doos moest openen. ‘Dit lipje omhoogtrekken’, dacht ik erbij.
Handig. Dat werkt bij mensen net zo. Een lipje omhoog trekken (mits het goede), dan gaan ze open. Er staat ook nooit iets bij.
PS: In Haïtiaanse vodou, een van de Afrikaanse diaspora-religies, is 17 december, vandaag dus, een feestdag voor Papa Legba. Ook wel ‘Vye Legba’, de oude Legba, de Opener van de Deur. Ongeveer net als Hermes (in de zgn. ‘klassieke Griekse’ cultuur), of Mercurius (bij de Romeinen).
Papa Legba wordt voorgesteld als Sint Lazarus, hinkend, mank, met een stok, en vaak vergezeld door een hond. De hond was er vandaag niet. Wel de Marassa. Dat zijn de kinderen. Die zijn altijd in de buurt van Papa Legba.
Opletten wat er gebeurt in onze werkelijkheid, zeggen de zgn. sjamanistische religies. Niet gaan zweven, je niet buiten het leven van alledag plaatsen. Hier en nu: dat is waar het begint. Altijd.
REDDING
Terwijl ik met een oma-gangetje en de wind in de rug, over het Johnsonpad langs de Lage Vaart, en langs de sportvelden fiets, kijk ik wat soezerig naar de rondhollende jongens, allemaal in de kleuren van hun club, met een bal, of met twee of drie ballen. De coaches, in het zwart, staan langs het hek en roepen van alles.
Ik begrijp niets van voetbal en ik was toch 20 jaar getrouwd met een man die elke woensdagavond en elke zaterdag en zondag… Ik begreep alleen de kat, die urenlang met twee pootjes wanhopig naar de bal sprong die rondvloog op het zwart-witte scherm.
Opeens een schreeuw. Wat? Daar komt de bal. Een van de jongens heeft die over het hek gelanceerd, die vliegt nu met een kalme boog voor m’n fiets langs, over het natte greppeltje en eindigt bij een boom, poef, in het metershoge gras met het bloeiende fluitenkruid aan de andere kant van het fietspad. Ik stop en stap af.
‘Mevrouw! Mevrouw! We gaan ‘m straks wel halen!’ De jongste coach, ook in het zwart, heeft het hek vastgegrepen en kijkt wanhopig.
‘Laat me maar even zoeken, ik heb heus tijd genoeg.’ De voetbalvelden liggen lager dan het fietspad en dan, ik zat ook nog op de fiets. Zo’n coach zal best ruimtelijk inzicht hebben, maar hij heeft vast niet gezien waar het ding ligt – en dan wordt het wachten tot de late herfst.
Verderop is een dammetje, daar kun je de greppel over. Ik tel even, het is de vierde boom, en dan stap ik er naartoe via het omweggetje. Langzaam, want zonder stok valt het niet mee als je bijna 73 bent, met zwaar artrose.
Er is een wandelpaadje, maar niet naar die vierde boom. Dan maar voorzichtig stap voor stap waden door gras en bloeiend fluitenkruid. Het reikt tot m’n middel. Oppassen dat ik niet in het slootje val. Waar was het nu: ongeveer 1m ten zuiden van die boom, toch?
Ik draai me om, naar het zuiden, en daar ligtie. Diep in het gras. Onzichtbaar, tenzij je alles afmaait. Ik til de bal even triomfantelijk boven m’n hoofd en zie het ongeloof op het gezicht van de coach, 20m verderop. Hij steekt z’n handen omhoog: ‘Gooit u maar even…’
Nou, dat dacht ik niet. Als ik 5m ver kan gooien is het mooi. Ik wandel er kalm mee terug naar het fietspad en dan, fijn ermee stuiterend, terug naar het hek. De jongen lijkt wel een halve meter langer dan ik als hij reikt naar de bal, die ik over het hek wip.
‘Dankuwel!’, en weg is hij. Ik draai me om, grinnikend. Eerst je bal kwijtraken en dan terugkrijgen van een oud omaatje met een fietshelm op, dat is geen zondagse voetbal-heldendaad die je je wilt herinneren.
Terwijl ik terugloop naar m’n fiets, zie ik een zondagmiddag voor me van zo’n 65 jaar geleden. De bal die over het slootje op het landje van de boer terechtkwam, tegenover de Marconistraat waar we toen woonden. Hoe ik de bal voorzichtig ging halen en toch ineens ontdekt werd en achtervolgd door de schreeuwende en tierende boer.
Hoe ik dan maar via het slootje ontsnapte, een flinke zeikerd haalde, zoals we dat in plat Haarlems uitdrukten, en drijfnat thuiskwam. Ook met bloedzuigers.
Mijn moeder was niet blij met de drijfnatte schoenen.
En de bloedzuigers? Gewoon laten zitten. Als ze vol zijn laten ze vanzelf los.
FEBRUARI
https://nos.nl/collectie/13921/video/2462127-watersnoodjournaal-3-de-dijken-breken
VODOU-ALTAREN
Onlangs heb ik mijn vier grote vodou-altaren mogen doneren aan het Nationaal Museum van Wereldculturen, met mijn *drapo* of vodou-vlaggen, en mijn *asson*, een ritme-instrument, en diverse *boutey*, of versierde flessen (merendeels van Rhum Barbancourt, de eigen rum van Haïti). Genoemde kunstvoorwerpen komen alle uit Haïti.
De ‘Agwé’-drapo is van kunstenaar Evelyn Alcide. De ‘Bosou-Damballah’-drapo is van kunstenaar Maxon Scylla. Beide drapo zijn in het borduurwerk gesigneerd, dwz. de naam van de kunstenaar is erin verwerkt.
Deze vodou-altaren zijn van belang binnen het discours over de slaventijd. Mijn oogmerk bij de schenking was: educatie.
Het gaat hier niet om een kunstproject. Ik ben een *mambo asogwe*, dwz. priesteres in Haïtiaanse vodou, hoogste graad (*asogwe*), gewijd op Haïti (in 2007) en lid van een grote internationale congregatie of *Sosyete*. In Haïtiaanse vodou, meer precies *vodou ginen*, is sprake van een duidelijke dogmatiek en van allerlei, veelal mondeling overgeleverde, bindende afspraken, het *regleman*. Daarbinnen functioneren dezen altaren.
De altaren zijn nu te zien in het Afrika Museum, tentoonstelling “Healing Power” (15 okt. 2022-22 mei 2023), dat is de derde editie van de tentoonstelling die eerder te zien was in Museum Volkenkunde (2019) en in Tropenmuseum (2021). Elke editie is iets anders dan de voorgaande.
Het Nationaal Museum van Wereldculturen is een rijksmuseum dat bestaat uit Tropenmuseum (Amsterdam), Museum Volkenkunde (Leiden) en Afrika Museum (Berg en Dal).
https://www.afrikamuseum.nl/nl/zien-en-doen/tentoonstellingen/helende-kracht








aardhommel
‘Ik ging naar een grote teunisbloem om er te sterven’,
zegt de aardhommel, ‘ik had alles gedaan
wat men doen wil, doet, doen moet wellicht,
stuifmeel ronddragen, bloemen bewandelen, honing vinden en zoeken en
de voorgeschreven routes vliegen, nieuwe zijwegen
trillend met de vleugels ontvouwen,
er is een dag dat het bijna nacht is, die is nu en ik
schuifel voetje voor voetje langs de rand
van een al verkreukeld bloemblad, geel nog,
versleten, pas later zal zich een nieuwe bloem ontvouwen, niet die ik
nog zal proeven, het is
het is tijd
het is
een laatste verstijvende beweging’
en zijn tastende pootjes vastgehaakt
ademde hij in en werd
stilte


TER KENNISGEVING
1
Geachte mevrouw De Rooij,
De oorlog viel dit jaar op donderdag.
Op woensdag sloten we vrede.
Op dinsdag begonnen we met de opbouw van het land.
De geboortegolf begon op maandag
en de oorlog opnieuw op zondag.
Dat was zeer ongewoon
want een oorlog vindt altijd op een werkdag plaats.
Wij verzoeken u daarom om de zaterdag en de vrijdag
vrij te houden voor nadere werkzaamheden.
Wij zullen u daarover opnieuw schriftelijk informeren.
Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend.
Wij verwijzen u naar de voorwaarden op onze website.
2
Geachte mevrouw De Rooij,
U herkent de betaling op uw bankafschrift aan onze incassogegevens.
Heeft u nog vragen? Wij helpen u graag verder.
U kunt ook contact opnemen met onze klantenservice.
Als u uw abonnement wilt wijzigen kunt u dat doen via Mijn Bereik.
Wij houden uw levenseinde voor u vast
tot de datum van uiterste houdbaarheid.
Opschorting van de termijnen is helaas niet mogelijk.
Wel zijn wij altijd bereid tot overleg.
3
Geachte mevrouw De Rooij,
Wij verzoeken u om alleen te sterven binnen kantooruren.
De wettelijke regelingen zijn van toepassing
voorzover die nog niet kapotgeschoten zijn.
Na uw eerste ademtocht kunt u het abonnement maandelijks op elk moment opzeggen
steeds met ingang van dezelfde dag van de maand als waarop men gewoonlijk
de oorlog begint
Geachte mevrouw De Rooij
het is tijd
sonnet 20
# ‘Zetten emoties aan tot het filosofisch denken?’
Marker Wadden. Een nieuw eilandenrijk, licht
kaatst op water, breekt met de schaarse golfslag
op het strand, er wordt luid geroepen, de dag
van de vogels, vlinders schrijven hun bericht
tussen bloemen, de bij betast een gewicht
aan pollen, hoe het drijfzand geduldig wacht
op het afwezige landdier, het wordt nacht
met tikkende vleermuizen, echo is zicht,
halfronde woorden voor liefde verschijnen
in het spoor van de paling, zeeoppervlak
is een schrijfblad voor beweging en de wind
maakt nieuwe taal die betekenis verbindt
met adem, met aanraken waarvan ik sprak,
kussend in al dat andere verdwijnen.
. . .
‘WIE WIJ ZIJN – WIE ZIJN WIJ’, 10 + 10 dagen, een kunstproject met kunstenaar Ninette Koning, in samenwerking met de Nieuwe Bibliotheek Almere en het Erfgoedhuis Almere, met subsidie van het Cultuurfonds Almere, het Prins Bernhard Cultuurfonds en het VSB Fonds
sonnet 19
# ‘Hoe vinden wij de poëzie in de ruimte?’
‘U bent de veerman’, zegt de passagier kalm,
‘u weet de weg’. Almere, diep onder, toont
een kleurenpalet, we zeilen als een drone
mee over het groen en het blauw en het zalm-
rozerood van de Regenboogbuurt, niets galmt
behalve je oren bij zweefvliegen, schoon
vervoer: zeilboot, motor (elektrisch), nu kroont
deze route de reis. Ruimte, ingepalmd.
Bonifatius op het strand ziet het licht
van ‘Oumuamua, kijkt voorbij sterren,
herinnert zich vele miniaturen
van het universum en hoeveel uren
hij doorbracht met studie van al het verre.
Hij kijkt ze stil na. Ze zijn al uit het zicht.
. . .
‘WIE WIJ ZIJN – WIE ZIJN WIJ’, 10 + 10 dagen, een kunstproject met kunstenaar Ninette Koning, in samenwerking met de Nieuwe Bibliotheek Almere en het Erfgoedhuis Almere, met subsidie van het Cultuurfonds Almere, het Prins Bernhard Cultuurfonds en het VSB Fonds

