*bij het werk van Michel Bongertman

Blauw verschiet de lucht als een vogel vertrekt
uit het licht, moeiteloos tussen de tralies
landt en op de rand van de kom heel precies
de snavel in water doopt, de kop heft, strekt

de weerloze hals en slikt. Langs veren lekt
een druppel, rolt door purperen weerschijn, kiest
een weg naar de aarde. Eksters, kauwtjes, driest,
rukken vergeefs aan de kooi: die overdekt

ons veilig. We vliegen zingend in en uit,
het lied klinkt hoger, het park ruist van geluid.

*Natuurkunstpark Lelystad 2020

*bij het werk van Folkje Nawijn

Geworteld zijn we, zegt men, in de aarde
en in de werkelijkheid van alledag –
of is dat liefde? Dat je teruggeven mag
wat je gekregen hebt, wat je bewaarde

in elke vezel van het leven, waar de
adem de bloedcellen aanraakt, warmte zacht
kloppend licht wordt en uitstroomt. Dat je verwacht
wordt, aangeraakt bent en dat doorgeeft naar de

anderen rondom je, rondom ons, hier, want
we zijn allemaal kinderen, hand in hand.

*recursief sonnet ovv. De Gids

Gebouwd van woorden zoals in de boeken
op de planken rondom me aan drie zijden,
wisselend klanken en accenten bij de
verschuivende betekenissen zoeken,

een mens maken, in stilte, de gewijde
ademhaling en de hartslag verdoeken
tot het bijkans weer vers is als de kloeke
tekens worden teruggelezen, ze breiden

zich onstuitbaar uit, scheppen het vergezicht
van nu, van toen, van land en licht en water
lachende echo… en de werkelijkheid?

Ja, ook, laat mij daar in de oneindigheid
luisteren en herhalen, het lied staat er
als vierde zijde, het raam gaat niet meer dicht.

 

*met een knipoog naar Nijhoffs beroemde ‘Bommel’-sonnet, mn. de regel “laat mij daar midden uit de oneindigheid”, cf. https://www.dbnl.org/tekst/nijh004verz05_01/nijh004verz05_01_0128.php

**zie verder https://www.de-gids.nl/artikelen/recursief-sonnet en https://www.de-gids.nl/

APRIL IN DE TUIN

Hardnekkig roe-koe-koe zeggen geeft je ook
een bestaansreden. Ik luister slaperig
of een olijftak ’m de snavel snoeren
wil, maar helaas, nee. Bont zandoogje danst, look-

zonder-look bloeit plotseling keihard. Belo-
ken Pasen, impromptu concert: de stoere
slag van een vink, vijftien mussen, schraperig
nog twee kauwtjes, er krijst één zeemeeuw die dook

naar een verbeeld broodje. Twee ganzen gakken
overal doorheen, staccato. De roodborst
tikt, de duif koert, de wilg wiebelt onrustig,

de zon schijnt geruisloos, dwingend warm, lustig
en vol. De plons van een bruine kikker morst
klinkklare druppels die door het kroos zakken.

# ‘doodle’ :)

Haast Pasen. Christus is in quarantaine.
Nog twee dagen, zeggen ze, de engelen,
dan mogen ze van God het aanzwengelen
van de opstanding beginnen, in scène

gezet met rennende vrouwen, zonder gêne
slapende soldaten die straks bengelen
aan de galg, moeten ze maar niet hengelen
naar vergeving. Ja, het is even wennen,

dat christendom. Pilatus vindt ’t niks, kan
zijn handen domweg in onschuld wassen. Bar
Abbas dealt weer. Jezus zou liefst gaan vissen

maar zijn vader is nu eenmaal timmerman.
Hij slaat een kruis, nagelt vast, heft de hamer.
Naar de afloop van alles mag men gissen.


*Of misschien: ‘Na de afloop van alles blijft ‘t gissen.’   🙂

het was vandaag Gedichtendag
een enkel klein gedicht: dat mag
en dan het liefste in Perdu
was u er niet, wat sneu voor u
de dertig-dichters-marathon
is jaarlijks een knap feuilleton
met rijm of niet of wel als saus
ik las er voor en kreeg applaus
voor Jan van Hulst uit 1410
Egidius niet meer gezien
nu is de oude dichter moe
en doet het laatste boekje toe

https://www.kb.nl/dienstverlening/webwinkel/webwinkel-kb-publicaties/liefde-leven-en-devotie

https://perdu.nl/nl/r/30-30-dichtersmarathon-2020/

EETBAAR

Plak ook eens een banaan achter het behang!
Ik wil het graag voor u doen, er hangt een prijs-
kaartje aan, het is met ducktape, immer grijs,
bevestigd, voor eeuwig, een kunstveiling lang

zelfs, oh, wat een visie! Uw vernieuwingsdrang
overstelpt ons, wij buigen voor de art heist
van vorm en betekenis, houd ons gedeisd
met die Eros, dat verval! Uw Sturm und Drang

…en ineens eet iemand het ding op. ‘Eat me’,
heet het bij Lewis Carroll, taalorgasme
vult een kinderhand, mag dat in een gedicht

of belt de lezer de politie? Gewicht
van zoet en zaad en calorie, fantasme
vult het brein, vervult en voedt wat ik niet zie.

EN ER WAS EEN GROTE STILTE IN HET LAND

EN ER WAS EEN GROTE STILTE IN HET LAND
die ook een stilte in de hemel is
en in die stilte hangt een man tussen twee doden,
de handen uitgestrekt naar links, naar rechts.
Hij geneest leegte.
Van sterrenstof tot adem is één gebaar.
Keuze begint met een vinger op de plek die de pijn kent.
Fiat Lux.
Er zij licht.
Het lichaam is de enig werkbare inzet.
Wie kiest de mens?
Zie.
Ecce.
En God keek rond en zei: ‘Wie zal ik sturen?
Wie kent mijn kind die hangt tussen de uitersten?
Het hoofd en de voeten tussen aarde en hemel,
de handen die tijd maken en leven.
Waar vind ik iemand die getuigen zal
dat de aarde willen kennen samenvalt met liefde,
dat lichaam denkt en dient en proeft en zingt en kiest?
Hoe vind ik mijn kind die in het nu hangt
en die ik niet bereiken kan als God?’

De stilte wacht.
Ik keek mee rond, nieuwsgierig. Al die engelen,
die negen koren, serafijnen, cherubijnen,
tronen, heerschappijen, machten, krachten,
en vorsten, aartsengelen, engelen.
Maar niemand verroerde een veer.
Er was een stilte als van een kristallen zee.
In die stilte weken de tienduizenden uiteen
zonder een zuchtje vleugelslag, een ruimte
in hun midden, brak een cirkel open
en daarin steeg een verse engel op
die zeker kort geleden was ontbloeid,
zijn schouders en zijn vleugeltoppen nat van dauw.
Hij boog zich voor de troon en heel zijn houding zei:
Heer?
En er was een rimpeling in het licht.
‘Spreek.’

‘Heer, ik kom uit de tijd.
             Vergeef mij als ik te lichamelijk word,
ik heb moeite met de sterfelijke wet van zwaartekracht.
In het beneden dat ik zojuist verliet
is het vroeg in de ochtend,
er bloeien bloemen langs de kruisweg
en drie vrouwen zijn onderweg naar een graf.
Ik had ze nog niet eerder gezien omdat ik zo jong ben.

In een tijd voor daguerrotypes,
zwart tegen wit, zat ik op de schouder
van een jong meisje dat een dagboek schreef.
Ik streek met een veer langs haar voorhoofd
zodat het merkteken zichtbaar zou worden
en uw naam zou uitspreken.
Niettemin werd zij verzameld.
Ik zag laarzen, ik hoorde laarzen,
ik hoorde het kraken van botten onder de laarzen,
ik hoorde het kraken van aarde onder de botten,
ik hoorde het scheuren van aarde en lichamen.
Ik hoorde een brandlucht in elke adem,
ik hoorde het schreeuwen van as.’

Engelen kennen geen pijn.
Er was stilte maar geen mededogen.
In de hemel was ik de enige met gevoel
behalve God, die onkenbaar is,
en de Zoon van God, van wie het God-deel onkenbaar is,
en de Geest van God die onkenbaar is,
en de Moeder van God.

De Moeder van God draaide haar hoofd om en glimlachte een glimlach
die de aarde in mij samenbalde en vloeibaar maakte
en bloeddroppels uit engelenvleugels trok
die uiteenspatten op een schoolschrift in een achterhuis.
Over Gods oppervlak liep een rimpeling.
En de veer waarmee haar meisjesvoorhoofd in de tijd werd aangeraakt
dwarrelde tussen de negen koren van engelen
en geen mens strekte een hand uit
omdat ik de enige mens was
en ik strekte onwillekeurig mijn hand uit.

De vleugelpen doorboorde elke taal,
verviel doorheen de hand tot licht en loste op,
zodat mij tintelde als lang gebalde vuisten
in een woede die onzegbaar is.
En er was een ruisen als van een stormwind.
In dat ruisen weken de tienduizenden uiteen
zonder een zuchtje vleugelslag, een ruimte
in hun midden, brak een cirkel open.

‘Ik zag ver door de opening de nacht
in 1942, toen mijn vader fietste
van Den Haag naar Eindhoven, ontweek de Duitse linies
om zijn vrouw te kunnen zien,
een liefde voor een leven dat te kort was
ik zie hun handen, in de dood verstrengeld
haar ogen brekend onder zijn gezicht
maar hoe hij thuiskwam in die winternacht
in de bezetting, gevangen en geslagen
en ondervraagd, we wisten later nooit
wie de verrader, wie verraden was –
bijna zijn hele knokploeg werd gefusilleerd
hij droeg het in zijn lichaam met zich mee
in ruggenwervels, stukgebeukt, dezelfde diepe breuk…’

die de bloeddruppel van een engelenvleugel –
die een vleugelpen in het hart van de hemel –
die de naam ‘mens’ in onze hand schrijft,

die ons vraagt om te kiezen
zodat we kunnen uitademen.
Zo stil.

*Geschreven in opdracht van de Obrechtkerk in Amsterdam, voor de Dodenherdenking van 4 mei 2007, 20.02u

**Gepubliceerd in “De wet van behoud van energie” (Querido 2007), pp. 87-89

POETRY INTERNATIONAL IS DE WEG KWIJT

Of ik wel even netjes een kaartje wil kopen! En Save The Date! Want we bestaan 50 jaar!
Huh?!

‘POETRY’ BESTAAT DANKZIJ DE DICHTERS

“Beste meneer Van Ingen,
Dank voor de ‘invitatie’. Maar… ik vind het een rare bedoening. Waarom moet ik een kaartje kopen voor de feestelijke verjaardag van een evenement waaraan ik in het verleden meermalen heb meegewerkt?! Dat gaat een oude dame niet meer doen, hoor. Nog afgezien van het feit dat ik ‘s avonds laat niet meer ga reizen.

Ik had een nette vrijkaart verwacht en een hotelovernachting: zo ga je om met goede dichters.”

En dan laat ik beleefdheidshalve weg dat ik genomineerd was voor de C. Buddingh’ Prijs in 1990, dat ik gewoon op de website te vinden ben met eigen werk en dat ik in 2011 tijdens Poetry een lezing heb gehouden over Gertrude Starink, van wie ik zelfs een ongepubliceerd gedicht bezit.

‘POETRY’ BESTAAT DANKZIJ DE DICHTERS:
ik heb meer dan voldoende ervaring met het organiseren van literaire festivals om dat hardop te mogen zeggen. (‘Winterschrift’ in Groningen, het festival ‘No[o]rdschrift’, ook in Groningen, en het programma ‘het Spreek Uur’, in Almere – de laatste twee waren mijn initiatief.)

Ik raad u dringend aan om de dichters van Nederland te erkennen, te honoreren en uit te nodigen voor het jubileum van ‘Poetry’: met vrijkaarten en overnachtingen.
U wilt toch een festival?
Mààk er dan ook een festival van!


# Michael Jackson

Leaving Neverland nog niet gezien. Maar ik schreef in 2005 in Trouw https://www.trouw.nl/home/doodsgod-van-de-vodou~ae5cf374/

“Onschuldig zal hij niet wezen… Hij zal wel weer worden vrijgesproken en dat heeft dan een hoop gratis publiciteit opgeleverd.”
Verschrikkelijk maar waar.

Ik was en ben ervan overtuigd dat MJ gebruik maakte van magie (‘voodoo’, ‘vodou’) en dat dat hem die zelfverzekerde (en zelfs neerbuigende) houding gaf tijdens het proces: Jullie hebben er geen idee van wat ik kan doen. Of: Jullie witten hebben geen idee van het krachtenveld dat ik hier in werking zet. Het was af te lezen aan die ca. duizend foto’s, van het proces, die ik bekeken heb. Ik voorspelde dat hij zou worden vrijgesproken.

Later, tijdens een kort tv-interview, voorspelde ik zijn voortijdige dood: omdat hij zich met die magie ook blootstelde aan gevolgen waarmee hij geen rekening hield. Als je je uiterlijk verandert in dat van een Gédé, valt te verwachten dat ze je sneller naar hun rijk halen dan je wenst – gillend van de lach waarschijnlijk, want Gédé maken ook grappen ten koste ván: als je je niet houdt aan de codes van de Andere Wereld. Of aan de regels: anders dan vaak wordt gedacht, is magie zeer gestructureerd. Niks geen go-as-you-please-ticket. Improvisatie moet ten strengste worden afgeraden – tenzij men al zeer ervaren is.

Wat MJ aan het doen was (met de kleuren van zijn kleding, met de bedeltjes of charms en met die geborduurde applicaties) leek me in hoge mate een vorm van improvisatie. Die applicaties, of patches, zaten op de borstzakjes van z’n jasjes of op de bandjes om z’n arm en zagen er van een afstandje heel onnozel uit, net een embleempje van Eton, of een andere Engelse jongensschool. Als je de foto’s vergrootte, zag je dat er in de vorm van het borduurwerk van zo’n applicatie opmerkelijke overeenkomsten waren met diverse zgn. vévé‘s, de grondtekeningen die in Haïtiaanse vodou dienen om een Loa of spirit op te roepen. Maar de combinaties klopten niet, dwz. de combinaties van kleuren en vévé’s. En zo klopte er wel meer niet. Niet verstandig.

NB: Elke vodou-‘congregatie’ of Sosyete heeft eigen vévé’s.

Behalve in het Trouw-artikel is mijn tekst hier te lezen https://www.mariavandaalen.com/michael-jackson/